Gebouw en tuin
geschiedenis van de tuin en Maliebaan 42
Al in 1636 wordt de Maliebaan aangelegd als speelterrein voor studenten. Deze werd buiten de oostelijke stadswallen van Utrecht aangelegd voor het Maliespel, waarbij men een houten bal in de richting van een paal sloeg; een soort voorloper van de golfbaan dus. Langs de baan plantte men bomen en zo krijgt het de functie als buitengebied voor hoveniers en wandelaars. Daarna werd het woongebied voor de rijken, om tenslotte de huidige functie van kantorenallee te krijgen.
Het perceel grond waarop het huidige pand gebouwd is, was tot het jaar 1845 eigendom van “De Maatschappij voor de aankweking van den witten Moerbezienboom, de opbloeding van zijdewormen en de zijdeteelt.” Dan komt het perceel in handen van de bloemist Christiaan de Winter uit Utrecht. Na het afbreken van de opstallen bouwt hij in de jaren vijftig twee huizen: huis Zeldenrust en huis Nova. De beide huizen zijn beplant met “allerlei heesters, opgaande en vruchtbomen, duivenvolière, kippenhok en houten koepel”. Mevrouw A. van Notten-van Marwijk Kooy uit Zeist bouwt het huidige pand.
In 1899 koopt de heer F.H. Fentener van Vlissingen het huis met de tuin voor het bedrag van 57.000 gulden. Frits Fentener van Vlissingen, zijn zoon, groeide samen met zijn twee jaar oudere zuster Charlotte op in een van oorsprong Lutherse familie die tot grote welstand was gekomen in de Amsterdamse steenkolenhandel. De slechte gezondheid van zijn vader dwong hem in 1904 zijn ingenieursstudie af te breken om op 22-jarige leeftijd in dienst te treden van de Steenkolen-Handelsvereeniging NV (SHV). Na de oorlog legde Fentener van Vlissingen geleidelijk zijn ondernemersfuncties neer, beginnend met de overdracht van de leiding van de SHV aan zijn jongste zoon Jan, in 1945. In zijn vele nevenbetrekkingen zou hij nog tot in de eerste helft van de jaren vijftig werkzaam blijven. Het pand aan de Maliebaan 42 blijft tot 1951 in de familie. Frederik Hendrik Junior vertrekt dan samen met zijn vrouw, “na 55 gelukkige jaren”, uit Utrecht. Fentener van Vlissingen schenkt het pand aan de stad Utrecht, onder de voorwaarde dat deze unieke stadsvilla voor het publiek toegankelijk is en het een culturele bestemming heeft. Na de overdracht aan de gemeente is er een dependance van het Centraal Museum in gevestigd. Vanaf 1986 is Kunstuitleen Utrecht gevestigd in het pand.
Nu: beeldentuin als lusthof
Het investeren in groen was voorheen voornamelijk een zaak van de beter gesitueerden, maar de tuin is tegenwoordig het walhalla voor een brede laag van de bevolking. Tuincentra, tv-programma’s en life-style tijdschriften moedigen de consument aan te experimenteren en de tuin aan te passen aan de laatste modetrends. De tuin als verlengstuk van de kamer is het nieuwste afzetgebied waarvoor massaal wordt geproduceerd én waarvan gewillig wordt afgenomen.
Kunstuitleen Utrecht heeft in samenwerking met het Centrum Beeldende Kunst Utrecht de vormgever Jurgen Bey uitgenodigd om een grondplan te maken voor de tuin. Met de ambitie ‘een zinnenprikkelende tuin in het centrum van de stad’ onder de titel ‘Lusthof Utrecht’ ontstond een perfecte match met Jurgen Bey, een ontwerper van formaat. De uitdaging voor de Kunstuitleen Utrecht is in hartje binnenstad de tuin nieuw leven in te blazen. In het verlengde van haar taken als kunstuitleen en tentoonstellingsruimte moet het ontwerp als decor te gebruiken zijn voor bijzondere ontmoetingen.
De heer Venker heeft een scriptie geschreven over Maliebaan 42. Indien u interesse heeft, kunt u dit hier downloaden.

